Van half november tot half december verbleef ik, samen met een klein team, in Panama om de voormontages van “The Island” te maken. Vanuit Nederland was er een compleet montage-centrum ingevlogen en opgezet in een villa aan de westkust van Panama. Dagelijks kwam er een bootje van het eiland af met de geheugenkaartjes met al het materiaal van de dag ervoor. Nadat de beeldbandredactie zich eerst door het materiaal geworsteld had, was het aan ons om het kaf van het koren te scheiden, zodat er hapklare brokken klaar lagen waarmee bij terugkomst in Nederland, de eindmontages konden beginnen.

Het klinkt idyllisch, zo’n montage-marathon in de tropen – en ik mag ook absoluut niet klagen – maar na zo’n intensieve maand waarin je dagelijks werkt, ben je stiekem wel blij dat je weer naar huis mag. Want al is het weer er heerlijk en is het uitzicht 1000 keer beter dan een Hollandse herfst, veel leven in de brouwerij was er niet.

Het dorpje van 250 inwoners bestond namelijk maar uit drie straten en had weinig meer te bieden dan een kleine supermarkt waar André van Duin’s buurtsuper een AH XL bij lijkt, één restaurant (lees: gewoon een thuiskeuken met een terras onder de veranda), één bar (enkel open op zaterdag van 17:00 tot 0:00 uur) en, opvallend, een gigantische enorme hoeveelheid hanen zonder biologische klok waardoor je ’s ochtends niet bij zonsondergang maar al uren daarvoor wordt gewekt. Maar goed, daardoor mis je nooit de prachtigste zonsopgangen.

Doordat we elke dag met het team in een busje van hotel naar de werkvilla werden gebracht – overigens wel door het meest prachtige Hobbit-landschap ever – ontbeten we met z’n allen op hetzelfde tijdstip. En omdat we elke dag ook weer met z’n allen met datzelfde busje terug gebracht werden, dineerden we ’s avonds ook weer met z’n allen. De eerste weken is dat nog gezellig en leuk, maar op een gegeven moment snak je – ik althans – ook wel even naar een avondje de stad in. Of de sportschool. Maar goed, daar staat dan wel tegenover dat waar je ook bent of wat je ook doet, je wel op elk tijdstip lekker in korte broek en slippers kunt rondlopen.

Over de Panamese keuken doen wilde verhalen de rondte. Niet zo lekker als de Costa Ricaanse of Mexicaanse, maar er zijn een paar ‘signature dishes’ die je als buitenlander in Panama wel gegeten moet hebben. Zo dacht onze kok in het hotel er niet over. Die serveerde steevast elke avond iets wat op een westerse maaltijd lijkt. En gooide over elk onderdeel van de schijf van vijf op je bord, een goeie klodder knoflookboter. Zodat alles hetzelfde smaakt. En als toetje elke avond een uit de vriezer getrokken ‘key lime pie’. Maar goed, daarna spoel je de nasmaak weg met nog maar een wijntje en duik je nog heel even het zwembad in. Alles weer vergeven en vergeten.

Ik hoor je denken: “ondankbaar jong”. Maar nee, ik had het voor geen goud willen missen en ik ben erg trots op wat we daar neergezet hebben. Het was voor de kandidaten misschien wel een experiment om een maand op een eiland te overleven en alles zelf te filmen, maar voor ons was het net zo goed een experiment. Wij wisten zo goed als niets van wat er op het eiland gebeurde, konden niet bijsturen en het was elke keer maar weer afwachten wat we binnen zouden krijgen aan gefilmd materiaal. We mogen in onze handjes knijpen dat we daar zo’n toffe serie mee konden maken. Waarvoor dank aan elke eilandbewoner. En het productieteam, dat in deze ‘barre’ omstandigheden in Panama moest verblijven 😉